De eerste helft van de 20e eeuw. Het culturele landschap ligt overhoop. In de grachtengordel. Want daar gebeurt het. Het achterland slaapt. In Twente wijden de Tukkers zich aan de textiel en het metaal, landbouw en veeteelt. En is minder bezig met de innerlijke aandrang en de gemeenschappelijke kunstzinnige tijdgeest. Het is daarom opmerkelijk dat een van oorsprong Fries gezin er welhaast voltallig een eigen weg gaat. In de kunst. In dat tamelijk cultuurarme gewest. Zich daarbij laat inspireren door de diverse eigentijdse stromingen in de moderne kunst. Zich niet laat afleiden door de heersende publieke belangstelling voor het realisme en de figuratieve kunst. Het gezin Haanstra is eigenzinnig, maar vooral kunstzinnig.
In de uitgave “de Haanstra’s, vier schilders uit één gezin” lees ik dat vader Folkert sr. zich aan de kweek laat scholen tot onderwijzer. Met zijn jonge vrouw trekt hij diep Overijssel in om zich uiteindelijk te vestigen in Goor. Er worden vier kinderen geboren, jongens.
Gebroeders Haanstra
Folkert sr. heeft als hobby tekenen en besluit de LO-akte te halen. Hij krijgt kunde aan kunstenaars en leert de basis van het schildersvak. De belangstelling voor kunst slaat om in voorliefde. Maar er moet brood op de plank blijven komen voor het zeskoppige gezin, dus blijft Folkert sr. tot zijn vervroegde pensioen voor de klas. Deze hang naar kunst zet zich door in zijn kinderen, die de drang hebben ook die richting in te slaan. Oudste zoon Johan komt terecht op de kunstacademie. Vader Folkert kan zo in het schilderen mee groeien met zijn zoon en reikt door verdere zelfstudie van amateurschilder naar een prijswinnend kunstenaar.
Vader ziet zijn zonen niet in zijn voetsporen treden, het vak van onderwijzer. Hij had dat graag gewild. Johan gaat na de HBS op voor een opleiding tot tekenleraar aan de Rijksacademie. Hoewel hem gezien zijn talent wordt aangeraden zich in te schrijven voor de Prix de Rome besluit hij anders, gaat in militaire dienst en bouwt daarna een praktijk als portretschilder op. Zoon Wim krijgt na de HBS een baan op een adviesbureau. Hij bekwaamt zich tot op hoog niveau in de kunst van de damsport en schildert af en toe in zijn vrije tijd. Bert volgt zijn vader, maar de kweekschool houdt niet zijn interesse. Voordat hij achter de filmcamera werk vindt is hij bezoldigd tekenaar. Maar jongste zoon Folkert jr. volgt toch de raad van zijn vader, wel droomt hij van een toekomst als kunstenaar.


En dan is het oorlog, het land wordt overvallen, de bezetter neemt zijn posities in. Tijdens de bezetting ontwikkelen de vader en zijn drie zonen zich verder in de kunst. Ze onderhouden contacten met andere kunstenaars, ze helpen elkaar aan schaars te krijgen schildersmateriaal en dromen van een betere toekomst. “Een tijd waarin de oude maatschappij en cultuur, die geleid had tot oorlog en verderf, zou worden vervangen door een nieuwe tijd”, lees ik in de voor het boek geschreven tekst van kunsthistorica Peggie Breitbarth. “Een tijd van vrijheid en rechtvaardigheid, een tijd met kansen en waardering voor kunst en kunstenaar.” Want in het gezin Haanstra is in de opvoeding gelijke aandacht voor de drieslag hoofd, hart en handen samen met maatschappelijk bewustzijn en verantwoordelijkheidsgevoel. Dus de hunkering naar een nieuwe tijd en kunst in vrijheid is ingebakken bij de jongens en hun vader.
In ”de Haanstra’s, vier schilders uit één gezin” gaat schrijfster Breitbarth uitgebreid in op de biografie van het gezin. De grootouders die aangetrokken door de enorme opbloei van de bouwnijverheid van Friesland naar het westen komen. Over de ouders die door een aanstelling als hoofd aan een openbare school van Amsterdam naar Overijssel verhuizen en in Twente belanden. Over het wel en wee van de vier zonen tijdens opleiding, studie en werk. De zin van de vader en de drie zonen om te schilderen en daarin levenslust en levensonderhoud te vinden.
Moderne stijlen
Het is een onderhoudend verhaal om te lezen hoe de Haanstra’s zich staande houden in de kunstwereld; de moderne kunst in Twente laten beginnen in Goor. Want hoewel ze wel teruggrijpen op de kunst van voor hun tijd, letten ze op wat er in hun dagen gebeurd en kijken ze vooral ook vooruit. De Haanstra’s vragen in hun werk respect voor een kunst die zich in vrijheid mag ontwikkelen, ook al is het resultaat ongewoon, soms vreemd en niet direct te volgen voor de doorsnee kijker. Een recensent schrijft “Schrikt u niet: er zijn zelfs kubistische werken, en non-figuratieve!” naar aanleiding van een tentoonstelling in 1953. Vader en zonen schuwen de moderne stijlen niet en laten deze doorwerken in hun eigen kunst.
De vier Haanstra’s hebben in het boek ieder een afzonderlijk hoofdstuk. Elk een korte inleiding over individueel leven en werken. Daarnaast een uitgebreide inkijk in de oeuvres, van schilderijen en tekeningen. Daarin valt het op dat alle vier de beschreven Haanstra’s een bijzonder talent bezitten. Ieder op een eigen manier. Vader Folkert sr. als autodidact in eerste instantie enigszins behoudend. Maar naarmate hij door zelfstudie meer en beter stijlen en techniek onder de knie krijgt, gaat hij experimenteren met kleur en vorm. Hij groeit van naïef tekenaar uit tot beschouwend schilder.


De scholing van Johan vindt een weerslag in zijn vroege werken. Diverse portretten tonen zijn kundigheid in het observeren van mensen. Maar later werpt hij zich meer op de verstilling van het landschap. De vereenvoudiging van de veelvormigheid van de omgeving. Bedachte plekken geven abstracte plaatsen weer. De droombeelden zijn speels en expressief in de geschilderde kaders gezet. Johan lijkt het landschap in het vierkant van zijn handen te vatten, de omgeving in kleur en vlak te vormen tot een handzaam beeld.
Bert is tevens een verdienstelijk portrettist, die de academische scholing in zijn werk laat doorklinken. Daarnaast oefent hij zich in het stilleven, maar is toch liever bezig met fotografie en film. Zijn tekentalent komt van pas bij het schrijven van de storyboards voor zijn latere rolprenten. Bert Haanstra wordt de Filmer van Nederland. Door zijn succesvolle overstap naar de filmkunst blijft de schildersezel verder ongebruikt.

De jongste Folkert bekwaamt zich naast zijn werk in het onderwijs in de schilderkunst. Eerst uit liefhebberij, maar later op de academie ontwikkelt hij zich nader en wordt vakdocent. Hij wordt lid van het Drents Schildersgenootschap en stuwt deze van vriendenclub op tot kunstenaarsvereniging. Hij is schilder en illustrator en ontwerpt mozaïeken en wandschilderingen voor scholen, kantoren en overheidsgebouwen. Speels en eenvoudig; kleurige vogels, vissen en planten. Toegankelijk voor een groot publiek laat hij de beschouwer volop meekijken. Zijn onderwerpkeuze is veelzijdig, maar toont vooral het landschap.
Net als vader en broer Johan verdiept Folkert jr. zich gaandeweg ook in het vereenvoudigen van de zichtbare werkelijkheid. De werken die hij maakt kort voor zijn plotselinge dood in 1985 zijn van een romantische schoonheid en tonen een idyllisch versimpeld landschap. Bert valt bij de andere Haanstra’s enigszins uit de toon, omdat hij als schilder niet aan die abstracte beeldtaal is toe gekomen. Zijn ontwikkeling in de beeldende kunst stopt op het moment dat hij gaat filmen.
Vier talenten
Het boek “de Haanstra’s” geeft een beschrijvend inzicht en een beeldende kijk op dit bijzondere Twentse gezin. Vier levens in dienst van de teken- en schilderkunst. Waarvan één zich werpt op de filmkunst en qua landelijke bekendheid de anderen overschaduwd. Maar alle hebben een opmerkelijk talent om originele kunst te maken. “Vier schilders in één gezin, vier talenten, vier verschillende én verwante karakters.” Gezien deze complete uitgave qua biografie in woord en beeld zou je kunnen spreken over de Haanstra school. De verschillende gezinsleden hebben in hun werken samenhang. Het werk relateert, het maakt verbinding. Alsof vader over de schouder van de zoons kijkt. De zoons meekijken wanneer vader aan het werk is. De zoons bij elkaar het werk afkijken. Het werk heeft verwantschap, als familie door het kunstbloed dat door de culturele aderen stroomt. De familiekwaal is aangeboren, een van nature ingesleten talent gestimuleerd door de opvoeding.
De Haanstra’s, vier schilders uit één gezin. Samenstelling Henk Lassche en Marthe Koning. Tekst Peggie Breitbarth. Stichting Schilderkunst EE 84 en Waanders Uitgevers, 2021.

Geef een reactie