In de Duitse taal klinkt het poëtisch. Schön kommt schon: Mooi komt nog. Die titel aan een tentoonstelling gegeven zet wel mijn kijken op slot. Want wat wanneer ik de getoonde schilderijen wel mooi vind…, mag ik dat dan niet vinden, omdat het mooi nog komt. De werken van Bernard Divendal zien er prima uit. Althans zijn aantrekkelijk afgedrukt in de mij voorliggende catalogus bij de tentoonstelling in Gera. De plaats ligt in Duitsland. De kunstenaar was er ooit artist-in-residence en komt voor het tonen van onder meer zijn laatste werken daar naar terug. De Duitse tekst in het boekwerk is door de kunstenaar vertaald in de spraak die ik mag rekenen tot moedertaal. Divendal heeft mij het boekje gestuurd met de opdracht “ter be- en aanschouwing”.
De fraaie schilderijen in het thema “Mooi komt nog” zijn welgevormd en stijlvol, om niet te zeggen kunstzinnig of wel te schrijven best in orde. Allerlei synoniemen zijn er voor mooi, maar niettegenstaande dat alles: dat mooi komt dus nog. De kunstenaar heeft het zicht op zijn werk ermee bepaald. Maar spreekt daarmee ook een belofte uit. Wachten nog. Nu het nog doen met dit al schitterende werk. Het wordt beter, best zelfs, want mooi komt nog. Eigenlijk is het een toverspreuk, een magische blik in de toekomst. Een vooruitziende geest. Want het is al mooi, dat werk wat dit voorjaar te zien was in Kunstverein Gera. Ik was niet daar, maar doe het dus met de catalogus. En dat voldoet ook al goed. Wat ik daarin zie stemt ook zeker tot tevredenheid. Maar de maker is alleszins niet content. Hij wil verder, beter, meer, mooi.
Geen herkenbare figuratie
Divendal heeft, volgens de tekst in het geschrift, meerdere keren zijn artistieke uitdrukkingsmiddelen drastisch veranderd. Lange tijd werkt hij deels figuratief, maar in 2019 gaat zijn spoor van daar naar de tegenpool: de abstracte kunst. In de inleiding tot de schilderijen en andere werken schuift John Hinnerk Pahl dan kunsthistoricus Wilhelm Worringer uit de tijd naar voren. Deze hield zich begin 20e eeuw bezig met de toen door de gevestigde orde beoordeelde schandalige uitwas in de kunst. De losbandigheid manifesteerde zich in de werken van onder meer de groep Der Blaue Reiter in München. “De figuratie vatte hij op als uitzondering, niet als de regel, in duizenden jaren van kunst maken door mensen.” Want neigen de kunstzinnige activiteiten van de zogenaamde ‘primitieve’ volken juist toen al naar de drang om de wereld op een abstracte manier te beschouwen. Op die manier kon de emotie tot de onverklaarde zaken in het leven veilig gesteld worden. Abstracte vormen, kleuren en lijnen duiden geen herkenbare figuratie maar wel een te begrijpen gevoel, betoogt Pahl. De mens versimpelt de natuurlijke omgeving om een vinger achter het raadsel van het leven te krijgen.

Bernard Divendal richt zijn blik op het door de mens gevormde en misvormde cultuurlandschap. Daarom probeert hij door zijn kunst orde in de chaos te scheppen. Dat lijkt hem maar amper te lukken, maar de abstracte kunst geeft hem een handvat duidelijke beelden te scheppen. Het experiment gooit de herkenbare figuratie helemaal terzijde. In een beperkt kleurenpalet zijn de vormen in olieverf op doek gezet, Öl auf Leinwand – ook weer die lyriek in de Duitse taal. Die ongedachte vormen komen intuïtief op de drager terecht. Er is geen schets vooraf, het ontstaat. In bij voorkeur gebroken tinten, die niet de helderheid van de primaire kleuren hebben. Maar wel krachtig gepenseeld kunnen worden door warme kleuren en koude tonen tegen elkaar te zetten. Als het ware een complementaire scheiding te maken. Het resulteert in een min of meer rumoerige samenhang van monochrome kleurvlakken. Wel afzonderlijk van elkaar geplaatst als de stukken in een houten legpuzzel. De vlakken zijn autonoom en mengen zich niet, zijn ook niet transparant maar schuiven in elkaar. Lijnen zijn niet gezet, maar worden in het zien getrokken door de begrenzingen tussen de vlakken. Wel lijken vlakken achter andere door te lopen, maar dit is een schijnvoorstelling.

De werken in het boekje, dat is uitgegeven door Kunstverein Gera bij de tentoonstelling aldaar, stemmen gedempt vrolijk. De kleuren zijn niet uitgesproken uitgelaten, althans zo komen ze op mij over in gedrukte vorm. Hoe kleurecht de fotograaf zijn camera ook instelt, de warmte van de tonen in de foto opslaat, de afdruk blijft altijd een echo van het origineel. Live kan de beeltenis een ander zicht geven dan gereduceerd als herinnering een inzicht voorstelt. Geen uitbundige composities dus, maar ik word er wel vrolijk van. Mijn verstand kan op nul, ik hoef geen specifieke gedachte te hebben bij de werken van Divendal. Alle zwaarmoedigheid van het leven kan ik van me afgooien, want deze kunstenaar schept orde in die chaos. Hoewel in eerste aanblik het lijkt of hij de ontreddering juist een beeld geeft. De wanorde in zijn werken portretteert. De abstractie een figuratie krijgt.
De knop moet om
De knop is maar moeilijk om te zetten, ons oog zoekt altijd een herkenning in het beeld. Van nature wil de blik de voorstelling kunnen begrijpen. Een vorm moet iets duiden om er een beeld van te maken. In de schilderijen van Bernard Divendal herinneren vormen wel aan wezenlijke profielen en modellen, maar niets is wat het lijkt. De schimmen trekken onverklaarbaar aan het oog voorbij. Verstand op nul, blik op oneindig – dat is het devies. Het waarneembare stelt de geest op de proef. De knop moet om. Objectief kijken, onbevangen zoals de fotolens registreert. Geen betekenis willen geven aan het getoonde. Dan is de kunst van Divendal het best te ondergaan. Nu al genieten, maar de belofte is er: mooi komt nog.

Zijn de vlakken op de schilderijen ongemengd, de lijnen in tekening en aquarel kruisen elkaar. Vlakken stapelen en vormen landschappen van de geest. Een wanorde van gedachten waarin welhaast geen orde te scheppen valt. Naast de zakelijke olieverven hebben het pastel en zijn de waterverven een speelse vormgeving. In deze techniek bereidt de kunstenaar de beschouwer voor op dat wat komt: mooi. Het aquarel is vroeg werk, waarin de spontaniteit van werken nog nauwelijks aan banden is gelegd. Proefde hij in zijn tijd van figuratief werken al van de abstracte koek met in gedachten: mooi komt nog. Er valt een groei in te onderkennen, een duidelijke voortgang. De chaos wordt bedwongen en geordend in de latere schilderijen. Deze boeten wel in naar een spontane weergave, maar worden nog voortdurend intuïtief op gezet.
Orde scheppen, duidelijkheid geven
Met de serie “frame” treedt Divendal uit het vlak en stapt de werkbare ruimte in. Rond een zwart gelakt houten raamwerk danst een speels gekleurde vorm. Het kan er omheen draaien, er in gevangen raken, een uitweg zoeken. De beeltenis raakt buiten het kader. Het schilderij breekt de knellende lijst. De indruk van het zijn, de afdruk van het leven, zoekt een weg naar buiten. Het wil één zijn met de werkelijkheid. De abstracte gedachte wil beeldvlak zijn in het realisme van de handeling. De kunstenaar experimenteert met kleuren, vormen en lijnen, in de werkwijze, de aanpak en stijl. Hij probeert orde te scheppen, duidelijkheid te geven. Hoewel de meeste blikken moeten wennen aan de eenvoud van het zijn, omdat deze gewend zijn aan het meervoud in de omgeving. De abstractie moet in de eenvoudige blik realisme uitstralen, anders is het onbegrijpelijk en dient het nergens toe. Het oog moet wennen aan de ontkenning van het wezen, zich aanpassen aan de non-figuratie om het te begrijpen. Het doorzien van de abstractie is een proces van concentratie, aandacht en blijven kijken – steeds maar weer en opnieuw.

Tot slot doet Divendal uit de doeken wie hem in zijn kunstenaarsleven houvast bieden. Een serie van vijftien foto’s achter in het blad tonen portretten van voor hem terzake doende figuren in de geschiedenis. De ingelijste portretten waren in de tentoonstelling verspreid tussen zijn werken gehangen. Het geeft aan de werken een extra dimensie of betekenis, zo is de hoop van de kunstenaar. Het is een kleine selectie, want er zijn buiten deze serie meerdere personen waar hij zich aan spiegelt. Schilders als vertegenwoordigers van verschillende tijdperken, van Lucas van Leyden tot Willem de Kooning via Piet Mondriaan. Maar ook auteurs en muzikanten. Walter Kempowski en Bob Dylan. De literatuur staat hem bij op zijn ontdekking van de wereld. De muziek steunt hem in zijn werken in het atelier. De heldengalerij toont de mens achter de kunst. Niet alleen leer ik hem kennen in zijn werk, maar ook door zijn voorbeelden. Pahl denkt tenslotte dat Bernard Divendal tranen ziet als mooiste reactie op zijn kunst. Ten diepste geroerd ben ik niet, maar het werk werkt wel op mijn gevoel. Zoals abstracte kunst simpelweg emoties bloot legt. Mooi komt nog, misschien dus de tranen ook. Schön kommt schon, auch die Tränen.
Mooi komt nog. Catalogus bij tentoonstelling werk van Bernard Divendal in Kunstverein Gera van 31 maart tot 14 mei, 2022.

Leave a Reply