Het evangelie naar Johannes Hendrikus: de Bijbel van Zelle

Hij wilde preker zijn, maar kwam tot bloei als spreker. Johannes Hendrikus Zelle werd dominee, maar voelde zich thuis in de rol van evangelist en veldprediker. Geen stem uit de hoge, maar een innerlijke drang om het Woord te verkondigen. Hij stond echter maar kort voor een gemeente, want de mens Zelle paste niet in een keurslijf. Hij liet in het pastoraat waardevolle steken vallen en handelde en wandelde buiten het normale leven, waarvoor men hem negatief bekritiseerde. Dominee Zelle was een eenling, een zonderling, en werd een legende. Zijn doen en laten, maar vooral het zijn van predikant en hoe dat heeft doorgewerkt in het dagelijks leven, bleek voedingsbodem voor een theaterstuk en een lijvige biografie. Want was zijn hele leven niet één tragische komedie?

Recalcitrant en tegendraads

Het drama Zelle werd karikaturaal op de planken gezet door Freark Smink onder de vlag van het Friese theatergezelschap Tryater. Hij trok er in de provincie volle zalen mee, want de eigenzinnige dominee blijft nog altijd synoniem voor recalcitrant en tegendraads. Zijn donderpreken vanaf de kansel uitgesproken zijn roemrucht. Hij sprak op de man af de mens aan, persoonlijk. Bevindelijk en christocentrisch. Psalmen zong hij luidkeels boven de kerkmensen uit. Wat hij echter op zondag vanaf de preekstoel verkondigde bleek niet te stroken met hoe hij door de week zijn bestaan indeelde. Hij kon spreken als Brugman, maar was als dominee geen herder en zorgde slecht voor zijn schapen.

Ooit was ik in de zaal van het Heerenveense Posthuis getuige van het theaterstuk Zelle. Acteur Freark Smink en muzikant Hoite Pruiksma zetten de figuur Zelle meeslepend op de planken. Het was een voorstelling in de Friese taal, want Zelle is van Leeuwarden en Tryater van Fryslân. Het stuk is na het Friese succes nog vertaald en buiten de provincie in de rest van Nederland opgevoerd. En ook daar trok het volle zalen, want ook buiten Friesland is Zelle een bekende naam. En niet alleen om zijn illustere verre nicht Mata Hari: Margaretha Geertruida Zelle. Na de voorstelling kocht ik de dvd om thuis nog eens geobsedeerd te raken van deze bijzondere persoonlijkheid. Mede daardoor was ik meer dan geïnteresseerd in de biografie geschreven door Bearn Bilker. Hoewel Zelle op de planken enigszins koppig en hardvochtig overkomt, weinig begrip lijkt te hebben voor het welzijn van moeder terwijl het zijn taak is haar te verzorgen, leer ik in het boek een andere kant van deze mens kennen. Hij is recht door zee, kent geen gulden middenweg: je wordt alleen behouden door je leven lang het goede te kiezen, de smalle weg. Maar Zelle preekte geen hel en verdoemenis. Bij Zelle was hoop.

Een tussenweg is er niet

Bearn Bilker werd zo geraakt door deze wonderlijke redenaar dat hij in de kerkelijke en publieke archieven dook en met talloze getuigen en familieleden sprak om een levendige levensbeschrijving op te kunnen stellen. De biografie “Een tussenweg is er niet” is de bijbel van Zelle geworden, het evangelie naar Johannes Hendrikus, daar zijn denkbeelden en persoonlijke interpretatie van en over het Woord er in staan opgetekend. Hij liet geen dagboeken of notities na. De echte motieven voor zijn doen en laten zullen we niet te weten komen, volgens Bilker. Doordat een kerkenraad gewoon was en is van de kerkelijke vergaderingen welhaast woordelijk verslag te leggen, kon de biograaf de notulen als voedingsbodem gebruiken voor zijn levensbeschrijving van Zelle. In het boek worden deze verslagen dan ook breed uitgemeten en schuift de lezer als het ware bij aan de vergadertafel in de kerkenraadszaal. Ook zijn teksten van preken werden integraal in het boek opgenomen, zodat ik Zelle bij wijze van spreken kan horen redeneren. Eerstens gaat Bilker gedetailleerd in op het debacle Rockanje, de gemeente waar Zelle werd beroepen, in een keurslijf gedwongen en uiteindelijk met vervroegd pensioen ging. Hij werd niet geschorst of afgezet, dit zou inhouden dat hij beroepbaar bleef, dus in een andere gemeente opnieuw tegen dezelfde muren aan zou lopen. Als emeritus predikant was het hem vrij overal in de lande te preken, iets wat hem na aan het hart lag.

Donderpreken en schoensmeer

Dominee Zelle is vooral de geschiedenis in gegaan als de man van de donderpreken, de man met het met schoensmeer zwart geverfde haar, de man die in de zee of het meer zwom, slordig gekleed ging en op zijn centen zat. Maar dit zijn alle vooroordelen, aannames en vermoedens. Een verhaal heeft altijd een kern van waarheid, waar rook is is vuur. Bearn Bilker gaat in zijn biografie dieper op de man Zelle in dan de oppervlakkige legende dat doet. Er blijkt meer mens achter het norse uiterlijk te zitten en de lezer kan makkelijk medelijden krijgen met deze tegendraadse man. Want hij zat zichzelf voortdurend in de weg, hoewel hij daar zelf geen notie van had.

Zelle ging eigenzinnig en zelfingenomen zijn eigen gang, had zijn eigen manier van leven dat afweek van wat als normaal te boek stond. De verhalen over zijn levenswijze en zijn omgang met vrouwen, zijn manier van spreken en zijn vele politieke toespraken pasten evenwel niet bij de waardigheid van de rol van dominee. Niet geschikt voor het ambt was het zijn roeping de mensen de blijde boodschap te verkondigen. Om geld in de la te krijgen trok hij het land door voor spreekbeurten en ging alom voor in kerkdiensten. Geld, voor dominee Zelle de mammon – de afgod, was voor de mens Zelle een belangrijke voorwaarde in het leven. Hij was gierig waardoor hij na zijn overlijden een grote som geld naliet. De kachel ging niet aan thuis, de tuin werd niet onderhouden, er stond karig eten op tafel. Wel zorgde Zelle ervoor dat hij tijdens preekbeurten, wel 4 of 5 op een zondag, onderdak kreeg waar een goed maal op tafel stond.

Zonder mitsen en maren

Zelle was Zelle, anders dan anderen, en dat liet hij keer op keer blijken. Een gewoon gesprek kon men niet met hem voeren, hij had geen gave te communiceren. Argumenten uitwisselen was er bij hem niet bij, laat staan dat hij begrip kon opbrengen voor kritiek op zijn gedrag, houding, levensstijl of persoon. Het imponeren wat Zelle eigen was gebeurde doorgaans onbewust. De ideale profeet voor simpele zielen, wordt journalist Pieter de Groot in het boek geciteerd. De mensen accepteerden alles van hem en lieten hem zijn gang gaan, want hij trok volle kerken. Waar hij voorging daar wilden de mensen bij zijn, ze wilden dominee Zelle meemaken. Er was altijd wel wat te beleven.

Dominee Zelle wist grote groepen aan zich te binden en te boeien. Verkondigde geen zaken waar hij zelf niet achter stond of die men graag van hem zou willen horen. Hij had een eenvoudig mens- en wereldbeeld, doorgaans zwart-wit, en had geen antwoorden op de gecompliceerde vraagstukken van zijn tijd. Hij sprak eenvoudig en duidelijk zonder nuanceringen, zonder mitsen en maren. Zelle stierf in het harnas. Niet op de kansel – zijn toneel, maar achter zijn bureau op zolder in de week na zijn laatste zondagse preek. Het fenomeen Zelle leeft voort in de beeldende biografie van Bearn Bilker. Hij zal zodoende niet snel worden vergeten, ook niet wanneer de mensen die hem hebben gezien en gehoord niet meer onder ons zijn.

Een tussenweg is er niet. Biografie dominee J.H. Zelle (1907-1983). Bearn Bilker. Uitgeverij Noordboek, 2024.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *