Door de corona neem ik niet de normale ingang, maar wordt gewezen op een alternatieve route om de Wonderkamers van het Batavushuisje in te gaan. En daar overkomt me het eerste wonder. Zodra ik een voet over de drempel zet komt een wonderlijk ogende installatie sissend in beweging. Ik hoor en zie pompen zuchtend lucht stuwen door buizen om kettingen en fietswielen in gang te zetten. Uiteindelijk is gefluit in verschillende toonaarden het vrolijke resultaat. Het gaat in deze niet om de zichtbare werkelijkheid, die voor het blote oog eigenlijk niet om aan te zien is, maar om de oorstrelende uitkomst. De vogelfluitmachine van Raimond Evers is zo complex dat het interessant wordt om naar te kijken. De verplaatsing van de lucht te volgen, wat en hoe dat allemaal in werking zet en op het eind al fluitend het werktuig verlaat en in de ruimte komt. Een uitvinding die Evers samenstelde uit afgedankte voorwerpen. Zo produceert schroot hemelse geluiden.

In die sfeer zijn de mensfiguren door Sigrid Hamelink gecreëerd in de ruimte bevroren. Ook hier is het zichtbare zijn van minder belang, maar veel meer is dit het gevoel dat van de uitdrukkingsloze gezichten spreekt. De mimiek van de lijven, of beter lichaampjes, is emotie. Onpersoonlijke figuratie, vertrouwde pose. Langs de wand houden de mensjes vanaf sokkels van diverse makelij de ruimte in het zicht. Dan gezeten en anders in liggende houding of wel de ruimte zegenend, elders materie vissend. Lenige figuurtjes, glad van lijf en leden. Op een tafel voor het raam pompeus met een gezandstraalde huid, uitziend over de velden van Nijeholtwolde. Met de lijfjes vangt Hamelink het leven. Niet opgesloten, maar vrij bewegend. Wel voortdurend op zichzelf, zelfs in groepsdynamiek is het een verzameling van losstaande delen. De figuren identificeren zich niet met elkaar, maar lijken desondanks wel een gezamenlijk doel te hebben. Namelijk de ruimte in te delen, elkaars leven in te richten. Elk als individu op een eigen vierkant stukje aarde. Zich verwonderend over wat is, tevreden met dat ze zijn.

Leven en dood
Leven en dood, dat is het thema in de kunst van Mathilde Hemmes. Maar vooral het leven in de dood. Geen beelden uit een hiernamaals, maar eigenlijk in het moment van geboren worden. Het op de wereld moeten staan. Naakte ledenpoppen die als embryo’s het leven aankondigen. Ze hangen in de kast en doen meest denken aan gevilde ratten. Een pasgeboren baby ligt (bibberend denk ik) op de koude vloer, de navelstreng nog niet afgeknipt. Hemmes naait de figuren uit lappen roze stof aan elkaar. Het is confronterend, omdat niet duidelijk wordt of er leven is dan wel de dood al ingetreden. Uit de onthoofde tors proberen handen tussen de benen krampachtig zich te bevrijden uit het lichaam. Wat er klein inging, groeide en past niet meer, wil eruit. Het kuiken dat uit de dop komt, de vlinder uit de pop. In kleine glazen stolpen worden de lijfjes tot zwamachtige wezens. De realiteit is geabstraheerd en daardoor minder aanstootgevend. Verfijnd kunstzinnig is dan de rode dons die uit een eivorm ontspringt. Spiritueel zonder de creatieve oorsprong van het ongeboren leven uit het oog te verliezen.

In deze tijd van pandemie is het borduurwerk met micro-organismen als onderwerp actueel. In het platte vlak lijken de bacillen, bacteriën en schimmels getekend, terwijl de composities vakkundige handwerken van naald en draad zijn. De handwerkjes brengen het dode virus tot leven. In stemmige variaties rood bobbelen ze uit een hoek in de muur de derde dimensie in. Hemmes heeft aandachtig in de microscoop gekeken en het begin van leven gezien. De wonderlijke vormen zijn uit zichzelf al kunstige composities. Er behoeft daar weinig aan te worden toegevoegd. Het enkel sterk uitvergroot te laten zien geeft al veel kijkgenot. De eigen inbreng van de kunstenaar is hier de manier waarop textiel en verf samenvloeien.
Bijeholtwolde
De derde kamer is de zolder van het huisje. Om afstand te houden mag daar maar een enkel persoon afdwalen. Hemmes laat er een oud werk zien in de verduisterde ruimte. Een videoloop van een lam dat in een teil wordt gewassen. Het is niet duidelijk of het dier nog leeft of al dood is. In elk geval gaat het rein het sterven in. Ook wordt op deze verdieping door Hamelink een film getoond over het cultiveren van bermen langs de wegen van Nijeholtwolde. De grond is er gemaaid, gefreesd en uitgeharkt door dorpsbewoners. En ingezaaid met een wildebloemen zaadmengsel. Het dorp noemt zichzelf nu Bijeholtwolde, want inmiddels lokken de bloeiende bermen veel insecten. Een mooi en fleurig tijdverdrijf in deze onzekere coronatijd. De Wonderkamers XXL doet er verslag van. XXL, want in de tuin naast het huisje kan ik me ook nog stevig verwonderen. Ook daar gaat het leven door.
“Maar het leven gaat door”, werk van Raimond Evers, Sigrid Hamelink en Mathilde Hemmes in Wonderkamers (Batavushuisje), Heirweg 57 te Nijeholtwolde. Tot en met 26 augustus 2020.

Geef een reactie