Zwart is taboe. Zwart is geen kleur. Lange tijd is zwart not done in de kunst. Dat is logisch, omdat kunstwerken alleen bestaan in het licht, althans waarneembaar zijn met licht. Kunstenaars werken met licht en met bonte kleuren, waarbij wit de belangrijkste component is. Daarmee bouwen zij hun werken op uit het niets van het onbeschreven blad. Zwart past daar niet bij omdat zwart geen tint heeft. Maar zwart is nooit helemaal zonder licht. Yin en yang. Er zit een kleurzweem in. Echt zwart absorbeert alles om zich heen en houdt het vast. Zwart is alles en tegelijk is het niets. Zwart staat voor dood en rouw en droefheid, zwarte pigmenten ontstaan door verbranding. Zwart is ook de kleur van de bezinning, het weerspiegelt de ernst en verbinding met God. Maar ook is zwart chic en elegant, staat het voor rijkdom en waardigheid. Zwart is een kleur met een innerlijke tegenstrijdigheid. Het stimuleert contemplatie en kan leegte symboliseren. Het is de kleur van de paradox, de schijnbare tegenstelling tussen licht en donker.
Op de academie leerde ik dat zwart niet thuis hoort op mijn palet. Vooral onder invloed van de impressionisten, die en plein air hun schilderijen samenstelden en geen zwart in de natuur zagen, werd zwart uit de kunst verbannen. Maar zwart was weleens een noodzakelijk kwaad om de donkerte aan te geven. Zwart meende je dan te maken door diverse kleuren te mengen, maar meestal werd het dan een tint bruin. Zwart kun je niet maken, zwart is er. Net zoals wit. Wit is het licht, zwart is de duisternis. In het licht wordt alles zichtbaar, in het donker zie je geen hand voor ogen. Toch is zwart op zeker moment in de kunst een leidraad geworden. Een middel om uitdrukking te geven aan een bepaald gevoel. Zwart lijkt af te stoten, maar trekt juist mysterieus aan.
Verdwijnen in de eeuwigheid
In de zero-kunst bijvoorbeeld krijgt zwart een meest belangrijke plaats toegewezen. Naast Schoonhoven-wit, Aubertin-rood en het blauw van Yves Klein. Al in 1913 schilderde Kazimir Malevitsj een zwart vierkant, nog voor er ooit sprake was van het nulpunt dat in 1958 werd bereikt. En zelfs al in de 17e eeuw is in een boek van Robert Fludd een volmaakt zwart vierkant afgebeeld met als bijschrift “en zo tot in het oneindige”. Want in de pikzwarte doeken van minimalist Robert Serra kun je verdwijnen in de eeuwigheid. Je vleien in het donkerste licht, baden in het schijnsel van een zwarte zon.

Het zwartste zwart is Vantablack, gemaakt in de technologie van de ruimtevaart en in 2016 geclaimd door kunstenaar Anish Kapoor. Dat zwart absorbeert 99 procent van het licht en ziet eruit als een gat. Geen reliëf, geen perspectief, alleen een groot, bedrieglijk zwart vlak. Kapoor maakte er zijn wereldberoemde kunstwerken mee, de suggestie van gaten, de verbeelding. Kunstenaar Pieter Laurens Mol kiest ook voor zwart als uitdrukkingsmiddel in zijn project “Nachtvlucht”, een ode aan de duisternis. Nachtvlucht als in weglopen van de duisternis of juist de donkerte gebruiken om te verplaatsen. In “Nachtvlucht” zoekt de kunstenaar het zwart als kleur voor melancholie. Speels, poëtisch en gelaagd. De kunstwerken vind ik in een tentoonstelling bij het Stedelijk Museum Breda en een beschrijving van kunst en kunstenaar ligt vast in de uitgave bij WBOOKS. In dit boek gaan een zevental auteurs in op het zwart in het oeuvre van de 75-jarige beeldmaker.

Een voorbode van onheil
Zijn kunst is vooral van een symbolische aard. In fotografische kunstwerken zet hij mestal zichzelf in het middelpunt van het verhaal, de weergegeven boodschap om het leven te bevatten. Uit dat zwart bijvoorbeeld kan nieuw leven ontstaan. De cyclus van het bestaan is dat uit de dood van de herfst en de ontbinding van de winter nieuw leven spruit in de lente en tot bloei komt in de zomer, waarna de cirkel rond is en het einde een nieuw begin blijkt. Die beeldtaal vind ik terug in het werk van Mol. Hij gebruikt waarheden uit de oudheid om deze met zijn fotografische vormgeving in de realiteit van het heden te plaatsen. Het beeldmerk van ‘Nachtvlucht’ is de kanarie in de kolenmijn. Het vogeltje, dat probeerde te vluchten voor de nacht maar werd ingehaald door de dood, ligt schijnbaar levenloos op zijn rug op een zwarte plank tegen een zwarte achtergrond. Het is een signaal dat er gevaar dreigt of dat er problemen op komst zijn. Het oranje verenpak steekt schril af tegen gecraqueleerd zwart. Een voorbode van onheil. Zo doordringend heeft Mol zijn boodschap in meerdere composities vast gelegd. Zijn werk bekijk je niet gemakkelijk, het laat me niet onverschillig.

De zeven schrijvers hebben elk een essay geschreven op uitsneden van het oeuvre van Pieter Laurens Mol. Ieder zoekt een eigen ingang om met een inzicht op de kunstenaar en zijn werk naar buiten te komen. Het humanistisch oogpunt van waaruit Mol werkt wordt belicht en geroemd. “Mol nodigt uit tot het leggen van nieuwe verbanden tussen de positie die we als mensheid innemen en de invloed daarvan op onze wereld”, meent Marjolein van de Ven. Het zwart in de kunst van Mol voert terug tot zijn jeugd, wanneer hij gefascineerd raakt door de symbolische en wetenschappelijke betekenissen ervan: melancholie, alchemie, astronomie, dood en vernietiging. Maar ook in de tegenstelling en overgang van licht en donker, van dag en nacht, en dat wat uit het zwarte niets kan ontstaan of weer daarin opgaan. Zijn werk geeft mij de mogelijkheid om volledig op te gaan in de schier eindeloze ruimte die de nacht biedt. Ik lees en citeer Miek Zwamborn: “In veel van zijn werken lijkt Pieter Laurens Mol je uit te nodigen deel te nemen aan het maakproces. Vaak is het werk zodanig opgesteld dat het lijkt alsof de kijker de belangrijkste handeling mag verrichten. (…) Handreikingen om steeds weer dieper in het duister te kunnen tasten of dit juist te helpen.”
Een wiskundig niets dat alles is
De schemer, de aarzeling tussen licht en donker, de kwetsbare benadering van de duisternis ligt verscholen in het werk van Mol. Hij zoekt niet de volledige donkerte, het zwartste zwart, maar laat ruimte voor suggestie en verbeelding. Plaatst hoogstens een zwart vlak in een tweeluik naast het element slaap om een punt te maken. Verder gebruikt hij de kleur #000 in zijn seriële fotografie en unieke installaties. “Pieter is een melancholicus en bezit een neiging tot zwartkijken”, schrijft Dario Gamboni in zijn bijdrage. “Een retrospectieve tentoonstelling past bij het broeierige temperament van deze diepe nadenker.”

In de korte verhalen leer ik iets meer over de zwaarmoedigheid van de kunstenaar om tot dit levendige werk te komen. De weemoed is wel zwartgallig en mistroostig, het huilen staat me wel nader dan het lachen. Dat komt niet door de manier waarop Mol het onderwerp in beeld gebracht heeft, maar ligt aan de inspiratie die de verbeelding tot stand liet komen. Je moet wel dieper tot de materie doordringen om het verhaal te begrijpen. Tot je eigen bodem gaan om aan de basis van het werk te komen. De representatie van het kwaad, de afbraak, de zelfdestructie ligt er niet altijd dik boven op. De beelden schuren tegen het algemeen gangbare denken. Mol waarschuwt de kijker, ons, mij. Hij legt ons een beeldgeheim voor om niet meteen met de deur in huis te vallen. Dat raadsel moet opgelost om voorbij de verwarring van tijd en geest de formule van een mogelijk zijn te kunnen ontcijferen. Dan zullen we begrijpen.
Zo nuchter maar aandoenlijk als de kleinzoon van de kunstenaar zijn eerder gemaakte werk afmaakt. Zo onbevangen zou ik de beeldspraak moeten benaderen. Vierkanten en driehoeken door witte lijnen getrokken op een zwart vlak vormen de eerste versie van “De Lagere School”. Een wiskundig niets dat alles is, een eerste opgave aan de basis van het weten. Die strenge vormen nodigen het kind uit ze met wit krijt in te vullen, te kleuren tussen de lijntjes. Het kunstwerk transformeert in een nieuwe compositie. Opa maakte het ritme waaraan kleinzoon een melodie kon toevoegen. “De Lagere School (1981-2021)” staat symbool voor de kunst van Mol. Jij en ik als kijkers kunnen met zijn beeldtaal, de woorden die hij aangeeft, het verhaal voortzetten. Mol maakt een punt, maar zet er niet één. Zijn verhaal heeft een open einde.
Nachtvlucht, een ode aan de duisternis, Pieter Laurens Mol. Catalogus bij tentoonstelling in Stedelijk Museum Breda. Uitgave WBOOKS, 2022.

Leave a Reply