Koude rillingen bij de verhalen van Sjoerd Bottema

Kom op, op naar de afûk! Inschrijven voor een cursus Fries. In elk geval voor die Hollanders die de streektaal niet machtig zijn. En al die andere buitenlanders. Want iedereen zal de bundel “de grize oer de grouwe” van Sjoerd Bottema moeten kunnen lezen. En begrijpen. In zijn boek met als ondertitel “duvelske streken” heeft Bottema een zestal volksverhalen laten afdrukken. Althans kunnen de teksten zo bijgezet in het archief van de Nederlandse volksverhalenbank.

Bottema heeft ze zelf gefantaseerd op bestaande overleveringen. Want zo’n mare gaat onder het volk van mond tot mond. Er wordt door de jaren heen wat bij verzonnen, de eeuwen romantiseren de teksten, de vertelde gebeurtenissen worden verheerlijkt en welhaast goddelijk. Een gewone scherts wordt gaandeweg de tijd een sensationeel verhaal. Evenzo zal het vergaan met deze beste verhalen van Bottema, lijkt me. Ook deze mogen altijd weer opnieuw verteld worden. Hoewel de schrijver een eigen draai geeft aan bekende verhalen, staan ze daarbij niet in de schaduw.

Spirituele zaken

De teksten over duivels, spoken, heksen en nog wat van die onaardse types kunnen een eigen leven leiden. Het zijn aangename verhalen, prettig te lezen, vermakelijk. Met de pantoffels aan, een warme grog op tafel, lekker bij de kachel. En dan huiveren langs de Skilige Piip, want Bottema neemt mij zo mee in het verhaal dat het is alsof ik daar zelf ben en het spook me op de schouder tikt. Een klamme hand in mijn nek, de koude rillingen over de rug – de grize oer de grouwe. Het kleine boek staat vol met spirituele zaken, dingen waar de mensen aan vastklampten in een oude tijd. Omdat ze de slechte aangelegenheden die hen overkwamen niet konden plaatsen, de goede bedoening kwam uit de hemel dat was wis. Met spoken, heksen en magiërs kreeg het ongrijpbare een gezicht. Zware onweersbuien, harde wind, en dan staat de duivel voor de deur – klop, klop.

In de verschillende verhalen lees ik op veel momenten dezelfde namen. Het is dan nagenoeg een literair déjà vu. Alsof ik het verhaal eerder las, maar het is de rolverdeling die mij bekend voorkomt. De handelingen zijn vertrouwd, schijnt het. Zo loopt er een rode draad door de verhalen, een verbinding, een relatie waardoor de schrijver mij in een greep houdt. Want Sjoerd Bottema is een boeiend schrijver. Hij weet de woorden zo in de zinnen te plaatsen dat ik wel moet blijven lezen. Ik hang aan zijn lippen, zit op het puntje van mijn stoel. Met gespitste oren luister ik naar de duivelse streken, aandachtig lees ik de vermakelijke voorvallen. Veelal met onverhoedse kwinkslagen. De serieuze ondertonen wisselen af met grappen en grollen, de vrolijke noot als doorregen spek in de fantasie.

Landelijk antiek

De verhalen mogen dan gefingeerd en verzonnen zijn, er zit altijd wel een kern van waarheid in. Het verhaal is ergens begonnen, heeft een oorsprong – in dit geval in de werkkamer van Sjoerd Bottema. Maar Mariken van Nieuwmeghen bijvoorbeeld, dat tot inspiratie was voor één van de verhalen in deze bundel, stamt uit het begin van de 16e eeuw. De eeuwenoude Faust-legende staat losjes model voor weer een andere vertelling. En dan is er nog een verhaal dat is gebaseerd op een novelle van de 19e eeuwse dominee J.H. Halbertsma. Niet gezet in de tijd van nu, geenszins. De verhalen hebben de sfeer van landelijk antiek, zo gestapt uit de kunst van Jan Steen en Frans Hals of te lezen in de boeken van onder meer Tolkien.

Een gemoedelijke wereld met een snuf geheimzinnigheid, gedomineerd door roddel, achterklap, angst en schrik. Heksen, spoken en duivels dwalen door het boek. Uit de pen van Bottema vloeien ze makkelijk binnen in mijn gedachten. Niet dat ik er van wakker lig, maar het houdt me wel bezig. En ik snijd gedreven het volgende hoofdstuk aan. Zal het door vertellen, zodat Bottema straks ook bekend zal staan als volksverteller. Want dat is hij, een raszuivere verteller. Zoals geschreven met boeiende verbeeldingen.

Woeste Friese taal

Geschreven in de woeste en uiterst beeldende Friese taal. Met uitspraken en omschrijvingen die in de verbeelding rake klappen uitdeelt. Gebeeldhouwde woorden, monumentale zinnen. Beeldspraak die het Frysk zo eigen is en geen vertaling dult. Die Friese taal, dat is een beeldende taal. Iedereen zou het moeten kunnen kennen. Want een vertaling van dit werk in iedere andere taal zal afdoen van de sfeer en emotie. Karakteristieke uitdrukkingen die alleen in het Frysk krachtig en spits overkomen verliezen aan energie in elk welke taal.

Verhalenbundel “de grize oer de grouwe, duvelske streken” van Sjoerd Bottema. Uitgeverij Afûk Leeuwarden, 2020.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *