Poëtische klanken uit de ruimte

i hierdie boek / wordt ‘ne beeld gegeven / von radiostraling, / gekoppeld a quarantaine / ó life i space

Hoe communiceren aliens met elkaar. Ruimtevarend dwars door het landschap buiten ons universum zullen ze toch met elkaar of de thuisbasis redetwisten. Maar hoe dan en in welke taal. We weten het niet. Schrijver en dichter Peter Knipmeijer zocht dit echter voor ons uit. In de intelligente lockdown had hij tijd teveel om zich te verdiepen in dit onwerkelijke gegeven met een obsessie voor astronomie en sciencefiction. Want een mogelijk ruimtelichaam is best wel een abstract figuur. Diverse schijnbaar onverklaarbare zaken kwamen bij hem binnen. Sowieso is het heelal vanaf de aarde nauwelijks te verklaren. We nemen het voor waar aan, maar kunnen de afmetingen ervan maar nauwelijks bevatten.

Bovenaardse taal

De bundel lijkt een practical joke of een parodie op de dichtkunst, maar is werkelijk serieus doorspekt met een grote dosis reële humor. De reden waarom het nummer Giant Steps van John Coltrane lastig spelen en beluisteren is ligt ten dele ten grondslag aan dit dichtwerk. Het is als drie vreemde talen door elkaar te mengen om toch een min of meer leesbaar geheel te laten ontstaan. Dat is wat de dichter zo’n beetje heeft gedaan. Het leest eerst lastig, is het schrift glad ijs voor de ogen. Maar naarmate ik al turend in de bundel gevorderd ben weet ik meer en meer waar het over gaat. Het is een vreemde taal, bovenaards lijkt het. En dat is denkelijk de bedoeling van de schrijver. Zo mis ik weleens de poëtische klank. Maar het verhaal is te volgen.

Olphaert den Otter, Tondo Mondo
Tondo Mondo © Olphaert den Otter

Met een vooruitziende blik en profetische gaven tikte Knipmeijer op een smartphone de bij hem binnen komende geluidsgolven uit. In een schrift dat omschreven is als toekomsttaal. Een verhaal uit de toekomst. De dichter is hierin zijn tijd ver vooruit. Hij beschrijft het ruimtewezen, ma1/4ox, dat op missie gaat en ook onze aarde meer dan schampt. Hij dan wel zij beschrijft wat hij dan wel zij ziet en waar hij dan wel zij zich over verbaasd. Het mooie van onze aarde, de natuur. Maar ook het minder prettige, de betonsteden. Het is meer een verhaal dan een episch gedicht. Een verhaal van verwondering. Een lofzang op een planeet die aarde heet en van ons is. Eenmaal gewend aan het eigenaardige taaltje, waar ik overigens veel aardse zegswijzen in herken, leest de ode gemakkelijk weg. Kijk ik met de buitenaardse blik naar die eigenaardige blauwwitte bol, ronddraaiend om die ene felle ster. De coördinaten toets ik te haastig en met een harde klap raak ik de korst. Dan begint mijn avontuur waarvan ik rapport uitbreng aan de thuisbasis. Die geluidsgolven ving Knipmeijer op en stelde er een boekje van samen.

Olphaert den Otter, Earth and Moon
Earth and Moon © Olphaert den Otter

There never can be a man as lost as one who is lost in the vast and intricate corridors of his own lonely mind, where none may reach and none may save, lees ik in het laatste bericht van de hoofdrolspeler, want na zwervingen, onverklaarde voorvallen, verklaarde inzichten, opmerkelijke standpunten en een knallende crash vergaat het ma1/4ox al net als Major Tom: and I’m sitting in a tin can, far above the world, planet earth is blue and there’s nothing I can do………….

ma1/4ox, ‘ne ruimtezang – toekomstpoëzie van Peter Knipmeijer. Uitgeverij crU, 2020.

Peter Knipmeijer, Uitgeverij crU

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *