Wilstra en Rijpma brengen een ode aan Noarderleech

De natuur heeft er terug gewonnen van de mens. Deze dacht daar land te winnen. Buitendijks om het gebied te vergroten. Men wil altijd meer. Eigenlijk evenwel is het een samenwerking. De mens helpt de natuur en andersom. De natuur voert grond aan, klei. Deze aanslibbing wordt door de mens bevordert met dammen en greppels. Het is een ecologisch samenspel dat getijdengebied. Al naar gelang er meer grond wordt aangevoerd valt de aarde droog. De één geeft, de ander neemt. En laat de ander het werk voor een moment liggen dan herneemt de één wat gegeven is. Zo kan een bijzondere streek ontstaan, een rand in de Waddenzee dat onderdeel wordt van het land van Fryslân. Dat is de bedoeling. Dat land heeft het gebied nodig, anders kalft het af en wordt teruggenomen door de zee. Maar de rand waarin land en water elkaar de loef afsteken, met slikken en kwelders en zomerpolders, vormt een buffer. Er zou een dijk omheen gelegd worden, zodat het land daadwerkelijk van de zee was gewonnen. Maar zover is het niet gekomen, zodat er een prachtig natuurgebied is ontstaan. Noarderleech. 

Noarderleech, Evert Wilstra, Jochum Rijpma

Onontgonnen grond, variëteit aan plant en dier

Het is er leeg daar in het noorden. Althans leeg omdat de mens het heeft laten liggen waar het ligt. Maar het is niet leeg van flora en fauna. Juist de natuur is er druk doende voor plant en dier leefbaar gebied van te maken. Laag is het er wel, meestentijds onder de zeespiegel. Kwelders die werden ingepolderd zijn teruggegeven aan de zee en weer van zomerpolder tot kwelder gemaakt. De getijden kregen opnieuw hand in de tijd door het doorsteken van een dijkje. De mensenhand hielp de natuur een beetje. Soms is dat nodig, maar meestal kan de natuur het zelf wel oplossen. Door veranderingen in de tijd, wijzigingen van beleid, krijgt de mens minder invloed op de natuur. Daar in het lege noorden trekt de mens zich terug om ruimte terug te geven aan de natuur. Dat gebied, met de bedoeling het strak en zakelijk in te polderen, heeft de spontane en speelse ontwikkeling van land en water samen teruggekregen. De beloning is een prachtig stuk onontgonnen grond met een variëteit aan plant en dier. 

Noarderleech, Evert Wilstra, Jochum Rijpma

De natuur is dankbaar dat het ruimte krijgt om te groeien en te bloeien. De mens geeft die ruimte daar in het Noarderleech. Dus doet die natuur wat aan de mens terug. Wie er rondloopt, waadt door de natte grond, zal beamen dat hier door een onafgemaakt landjepik een bijzonder buitendijks gebied is ontstaan. Een kakafonie aan vogelgeluiden overstemt het ruisen van de wind. Het is er niet leeg en stil, het is daar juist vol van leven en geluid. Maar voor de maatstaven van de mensheid heerst er rust en kalmte, is het een contemplatief gebied, om er beschouwend in te zijn. De natuur gebiedt mij eerbiedig stil te staan en te genieten. En ben ik niet in de gelegenheid het gebied lijfelijk te bezoeken, dan pak ik het boek Noarderleech erbij.

Genegenheid in de gedichten te lezen

Voor de uitgave heeft de Afûk, de instelling tot behoud en ter bevordering van de Friese taal, fotograaf Evert Wilstra aan het werk gezet om het gebied fotografisch in kaart te brengen. De oud-fierljepkampioen laat met de foto’s een impressie zien van het landschap als zodanig, maar toont ook de verbinding tussen het landschap, de natuur en de kunst. Er is een prachtig handzaam fotoboek ontstaan waarin de sfeer van het gebied in de ziel wordt geraakt. De liefde voor de natuur ligt erin voor het oprapen. Hoge luchten, een weidse blik, maar ook op de knieën bij een graspol of gebroken kleibodem. Diezelfde genegenheid valt in de gedichten van Jochum Rijpma te lezen. De eco-campingboer lijkt aan de hand van de foto’s zijn lyrische hartstocht te hebben uitgeschreven, maar het is veeleer de natuur daar in het Noarderleech zelf dat hem deed besluiten de loftrompet te steken en een lofzang aan te heffen. In dit gebied daar ter plekke kun je niet anders dan in poëtische verwondering de ogen opslaan, in fotografische vervoering de liefde bedrijven. 

Noarderleech, Evert Wilstra, Jochum Rijpma

Het boek gaat met een voorwoord van Henk de Vries, directeur van de provinciale vereniging voor natuurbescherming in Fryslân it Fryske Gea. De vereniging is beheerder van vijftig verschillende natuurgebieden waaronder het Noarderleech. Hij beschrijft en omschrijft het ontstaan van dit voor Europese begrippen unieke gebied. “Door de schaal, de openheid, het mooie licht en het nachtelijk duister werkt het Noarderleech op het gemoed van mensen.” Waarna fotografie en poëzie losbarsten in een beeldend en geschreven ode op dit natuurgebied. Het is om stil van te worden. Even de gedachte leeg maken om de beelden van een gecultiveerde ongerepte natuur te doorgronden. Want het blijft een feit dat de mens er een hand in had hoe het landschap er daar langs de rand van Fryslân bij ligt. Doordat de natuur het werk afmaakt merkt de mens nu op dat het er ongeschonden bij ligt. Dat de inbreng nauwelijks meer merkbaar is en het een maagdelijk landschap lijkt. Het is het zelfoplossend vermogen van de natuur dat op ingrepen pleisters plakt. 

Daar klimt een man over het hek

Uitgestrekte kwelders, zover het oog reikt dus tot aan de horizon. Ondergelopen land, rietkragen. Slikken en slenken. Maar ook de bewoners. Vogels op doorreis. Schapen en paarden voor een periode. Dichter op de huid van Noarderleech het riet, het grasland, de kleigrond. Korstmos en vlokken wol aan prikkeldraad. Hé, daar rijdt nog een boer op de tractor, schudt het hooi op. En daar klimt een man over het hek, proberen mensen bij de Tempel van Ids de contouren van Ameland te zien op de dansende horizon. Evert Wilstra was er ieder jaargetijde en toont mij de wisseling van de seizoenen. 

Noarderleech, Evert Wilstra, Jochum Rijpma

Jochum Rijpma sluit aan met woorden die de beelden kunnen vervangen. Niet altijd lijkt hij het over Noarderleech te hebben, ook gaan zijn gedachten wel verder mee op de wind. Heft hij een lied aan op mensen die ons ontvallen zijn, een andere werkelijkheid zijn ingegaan maar hun wortels voelden in het Waddengebied. En een liefdeslied of passiespel in korte ongerijmde zinnen breekt de droom van de dichter over Noarderleech open. Een poëet loyaal aan dit gebied, dat voor hem vrouw kan zijn maar evengoed man, mens is om lief te hebben. Te willen schuilen in de schoot van dit landschap, gevleid tegen de dijk. “Sakraal wekker wurden / Wie ‘k foar altiten ferkocht / Oan dit hân tútsjende Leechlân, / Grôtfol sjongend libben.” De gedichten zijn tweetalig. De Friese taal sluit in klank en gevoel aan op het Noarderleech. In de Nederlandse vertaling boet het iets in aan kracht, maar toch “Sacraal gewekt / Was ik voorgoed verkocht / Aan dit hand kussende laagland, / Barstensvol zingend leven.” 

NOARDERLEECH. Unyk poëtysk lânskip / Uniek poëtisch landschap. Foto’s Evert Wilstra, gedichten Jochum Rijpma. Uitgave Afûk, 2022.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *